Genealogie

Bekende Voerendaalse Families

In Voerendaal leefde in 1830 in totaal 795 mannen en 810 vrouwen, in totaal 1605 personen die samen 0,86% uitmaakte van de totale Limburgse bevolking die destijds bestond uit 186.281 personen. Tot zover de statistiek.
(Bron: Bijdragen tot de algemeene statistiek van Nederland. Jaargang 1878.)

In de 18e, 19e en 20ste eeuw waren er enkele families in Voerendaal die belangrijk waren voor het dorp. Die families waren op de een of andere manier aan elkaar verwant. Zij regelde samen met de pastoor het wel en wee van de Voerendalers.
De verwantschap van deze families is duidelijk af te lezen in de stambomen.

De familie Senden was verwant aan de families, Riga, Meijers, Dautzenberg en Leclou. De familie Dautzenberg was daarnaast weer verwant met de familie Penders.

Leonardus (Leonard) Hennen, geboren te Bingelrade rond 1738 huwt met Maria Catharina Meijs, gedoopt te Voerendaal 9 juli 1740, dochter van Michael Meijs en Maria Sibilla Heuts. Maria Catharina Meijs was bewoonster van het huis Cunraedt (Kunderhuis).
Op 10 augustus 1780 passeert een akte bij een notaris in Oirsbeek waarin wordt gesteld:
"Leonardus Hennen eijgenaar en inwoonder van het Cunderhuijs gelegen onder de Hoofdbanke Heerle, in huwelijk met Maria Catharina Meijs",
waaruit mag blijken dat Leonard Hennen eigenaar is van het Kunderhuis. Verder is hij in 1796 wethouder in Voerendaal.
Uit een akte van 12 juni 1819 opgemaakt in Voerendaal, blijkt de verdeling van de goederen van hem en zijn eerste vrouw onder hun vijf kinderen.

Zoon Petrus Adamus Hennen gedoopt in 1762 te Voerendaal, is landbouwer en pachter van Overst Voerendaal en daarnaast ook nog van 1815-1818 burgemeester van Voerendaal. Zijn jongere broer Joannes Arnoldus Joseph Hennen gedoopt in 1774, huwt met Anna Catharina Meijers, de dochter van Leonardus Meijers en Maria Agnes Jongen die destijds op Terveurt woonde.
Ook Joannes Arnoldus Joseph Hennen is van 1827-1830 burgemeester van Voerendaal.
Na het overlijden van zijn vrouw in 1830, verruilde hij het burgemeestersambt voor dat van wethouder.
Enkele broers van Leonardus Hennen maakte nog furore in de muziek en er werd in Heerlen een straat naar hen genoemd. Verder stichte ze een theater in Heerlen en waren eigenaar van "Hennen petroleum" een bedrijf dat nog tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw was gevestigd aan de Parallelweg in Heerlen.

25 september 1818:
Johan Hendrik Dautzenberg te Schaesberg (Ligtenberg) verkoopt huis, coolhof, weiden, beemden en akkerland gelegen te Voerendaal, het derde gedeelte, groot te samen 18 hectaren, 99 aren en 58 centiaren voor
fl. 3.307,50 aan Arnold Joseph Hennen te Voerendaal
[1].

Deze verkoop betreft de hoeve Terveurt te Voerendaal, afkomstig van de familie Meijers. Na de dood van het echtpaar Meijers-Jongen in 1817.
De hoeve vererfde in drie delen:
 - Joannes Petrus Meijers x Maria Elisabeth Coninx.
 - Anna Catharina Meijers x Jean Arnold Joseph Hennen.
 - Maria Elisabeth Meijers x Joannes Henricus Dautzenberg.

In feite verkoopt Joannes Henricus Dautzenberg het erfdeel van zijn vrouw aan zijn zwager Arnold Joseph Hennen.
In deze akte komen drie voor Voerendaal belangrijke namen naar voren:
Hennen, Meijers en Dautzenberg.

De familie Meijers woonde en werkte op de hoeve Terveurt. Ook vele landbouwers uit het geslacht van Hennen werkte op de hoeve Terveurt. De familie Meijers bracht drie Voerendaalse pastoors voort. Verder waren ze eigenaar van De herberg en panhuis (brouwerij) In gen Dreck.

De familie Hennen was tevens eigenaar van het Kunderhoes, pachter van de hoeve Peerboom, hoeve Terveurt en Hoeve Ten Hove.

De familie Dautzenberg bracht twee burgemeesters voort, een advocaat procureur en een winkelier in koloniale waren en manufacturen. Dit winkelpand tegenover de kerk is nog steeds als winkelpand in gebruik en biedt nu ruimte aan een DA-drogist en een opticiŽn. De oude bovenwoning van de familie Dautzenberg-Sijstermans is nu verdeeld in enkele appartementen.

Petrus Hubertus Penders, afkomstig uit Nieuwstadt huwde met de dochter van de winkelier Dautzenberg. Hij kwam als onderwijzer naar Voerendaal en bewoonde het Pendershuis als hoofd der school. Drie van zijn zoons werden gewijd tot priester.
De bekendste hiervan is Leo Penders die als verzetsstrijder in Bergen-Belsen is omgekomen. De jongste zoon Frans werd de directeur van de Rabobank in Voerendaal.
De familie Riga was afkomstig uit BelgiŽ. Hun dochter Anna Hubertina Riga huwde met burgemeester Frans Jozef Senden. Het vierde kind uit dit huwelijk, Maria Agnes Senden huwde met Jan Hubert Dautzenberg de eerste burgemeester uit het geslacht Dautzenberg.
De zoon van Burgemeester Frans Jozef Senden trouwde met de dochter van Burgemeester Jan Lodewijk Drummen van Wijnandsrade.

[1] Rijckheyt, Notariele archieven, Heerlen (116), inv.nr. 222, notaris J.W.D. Smeets, aktenr. 88



Familienamen


Tot ongeveer het eind van de middeleeuwen waren achternamen in de Nederlanden niet gebruikelijk, tenzij bij adellijke personen die er belang bij hadden hun afstamming via de achternaam te laten vastleggen. Omdat alleen een voornaam voor de herkenning van de persoon vaak niet voldoende was, werd daar dan een toevoeging aan gegeven die aangaf welke Jan of Marie dan bedoeld werd. De aard van deze toevoeging varieerde van regio tot regio. In veel streken werd hier het zogenaamde patroniem toegepast, een aanduiding die op de naam van de vader was gebaseerd. Jan de zoon van Willem werd dan Jan Willems, en Jan de zoon van Hendrik, Jan Hendriks. In andere streken werd de naam van de boerderij of plaats (toponiem) waar men woonde of een aanduiding van een eigenaardigheid (bijnaam) of het beroep van de persoon genomen.

Namen afgeleid van een beroep o.a.:
Schoenmakers, Rademakers, Smeets.

Namen afgeleid van een voornaam (patroniem) o.a.:
Lemmens, Hendriks, Theunissen.

Namen afgeleid van een plaats (toponiem) o.a.:
Ubachs, Winthagen, Van Veldhoven.

Om eenheid in de systemen te krijgen, werd in de Franse tijd (1799-1815) besloten dat iedereen die nog geen achternaam had er ťťn moest kiezen, en dat achternamen altijd van vader op kind zouden overgaan. In grote delen van de Lage Landen waren namen al min of meer gefixeerd in de voorliggende periode, zodat voor deze personen alleen de vastliggende schrijfwijze nieuw was.

Aanvankelijk was dit bevel zonder veel daadwerkelijke effectiviteit, maar met de invoering van de burgerlijke stand (18 november 1811) werd het dan toch menens, al werd gedurende geruime tijd nog 'vergeten' mensen van een achternaam voorzien. Vooral bij gehuwde vrouwen kwam het aanvankelijk wel voor dat men niet precies wist welke achternaam in een akte moest worden vermeld omdat bijvoorbeeld de vader en/of de eventuele broers al voor 1811 waren overleden en nog geen familienaam hadden gehad of omdat ze te ver weg woonden om precies te weten welke achternaam zij hadden aangenomen. Delen van Limburg en Zeeuws-Vlaanderen waren al eerder ingelijfd bij Frankrijk en kregen al in 1795 een burgerlijke stand.

Vanaf 1811 (of waar van toepassing 1795) was het zo dat een kind altijd de achternaam van de vader kreeg (als er geen vader bekend was, de vader wenste het niet te erkennen, of de moeder wenste de erkenning tegen te houden, kreeg het kind de naam van de moeder). De burgemeester heeft het voorrecht een naam te kiezen van een vondeling. Het was de gewoonte dat een getrouwde vrouw de achternaam van haar man voerde, maar officieel veranderde haar naam niet en hield ze haar 'meisjesnaam'.
(Bron: Wikipedia)